February 27, 2008...9:18 pm

mag ik naast u komen zitten?

Jump to Comments

bankboxen

Ik zit op een bank aan het Sint Katelijneplein en kijk naar de beweging op het plein. Er vormt zich een verhaal in mijn hoofd over de mensen op het plein. Ik vertel het verhaal in mijn hoofd opnieuw door het op te nemen. Dan bevestig ik boxen aan de bank zodat mensen die na mij op de bank gaan zitten, horen/zien wat ik zag. Het is een onzichtbaar theaterstuk dat zich reeds afspeelde. Mensen kunnen horen wat hier voordien gebeurde en kunnen dit verbinden met wat zij zien op het plein, een ander verhaal. De mensen op het plein zijn zowel acteurs als toeschouwers.
Het is een aanzet. Ik wil mensen laten kijken en luisteren naar de stad. Ik wil mensen opnieuw bewuster maken van hun alledaagse omgeving. Ik wil hen een prikkel geven die zij door routine vaak verliezen. Ik wil hun stad voor heel eventjes in een ander kleedje stoppen.
Je wordt rechtstreeks aangesproken.

Een vrouw kamt haar haren in het raam van de apothekerswinkel aan de overkant. Ze blijft een paar seconden staan, kijkt om haar heen en komt dan deze richting uitgelopen.
Ze verdwijnt achter de kerk. Een andere, oudere vrouw verschijnt op het plein. Ze komt vogels voeren met oud brood dat ze zorgvuldig rondstrooit. Ze kijkt. De duiven pikken in het rond vechtend om een kruimel. Anderen op en om het plein haasten zich. Een meisje vraagt de weg aan een man die haar kruist. Hij wijst haar terug naar de richting waarvan ze kwam. Een man komt naast mij op de bank zitten en spreekt me aan ‘ik ben vrij’ en ik zeg ‘j’ai un copin’ maar het is niet waar. Niemand weet blijf met zichzelf. Niemand blijft met zichzelf. Bewoners van de straat kijken toe. Ze roepen iets. Geen reactie. Ze draaien zich om. Ruggen.
Duiven troepen nog steeds, broodresten verdwijnen. Tot een moeder met haar kroost van vijf het plein betreedt en de kleinste de vogels verjagen, opjagen. Net als de ruggen.
In een kroeg aan de overkant drinkt een man Ice Tea. Dikke buiken en jonge meisjes lopen. Voorbij. Van de ene naar de andere kant doorkruisen zij het plein. Iemand koopt vis. Het is er druk. Een klein meisje loopt verloren ‘t is niets, zei een lieve vrouw, kom hier. Ik breng je thuis.
De grote stad. Haar mensen bewegen. Ik passeer ze in de straten. Ik ken ze niet. Ik zit. Ik kijk niet om. Ik zie een jongen, die belt en kijkt om zich heen. Hij is op zoek. Hij verdwijnt in de kerk. En even later een meisje, haar gsm in haar hand. Zij zoekt ook. Een man zit op een andere bank op het plein met twee paraplu’s. Het heeft nog niet geregend vandaag en op hetzelfde moment verschijnt de zon van achter de wolken. Even verderop komt de markt aan het Vossenplein bijna tot zijn eind en veranderen vrouwen in vraatwezens wanneer kramers hun goed achterlaten. De honden van de ruggen spelen op het plein en blaffen luid. Velen kijken en ergeren zich aan het tafereel. Anderen lopen ongestoord verder. Links verzamelen een paar jongens met bier. Ze lachen. De man met de twee paraplu’s is verdwenen. Een meisje ontmoet een ander meisje met een koffie in een papieren beker. Een koppeltje zet zich op een andere bank en kijkt rond zonder meer. De zon verdwijnt terug. Een oude man met een beige jas leest een boek. Hij kijkt geen enkele keer op. Hij verschuilt zich achter de mosselkraam waar de mosselman verveelt zijn krant vastneemt. De meneer aan de overkant duwt zijn autodeur dicht. Hij heeft een afspraak met een vrouw in het restaurant en is al tien minuten te laat. Met een map onder zijn arm en zijn hoofd naar links, rent hij de straat over.
Bovenaan het oranje huis wordt het dakraam geopend. Vanaf daar ziet het plein er vast helemaal anders uit. Een vrouw met een kort zwart rokje passeert de bank van het groepje en wordt nageroepen. Een plastic zak laat zich leiden door de wind. Een ober van één van de restaurants staat buiten een sigaret te roken. De terrassen zijn leeg. Vis. Een gezin van vier kruist een dame met rode schoenen die op haar beurt een man met een walkman kruist die dan weer een vrouw met plastic zakken in haar handen voorbijloopt. Zij passeert een man die zijn trui rond zijn middel heeft geknoopt. Een jongen leunt tegen een lantaarnpaal en leest. Vier vrienden steken de straat over bij de krantenwinkel. Er hangt een poster van de LOTTO. Een man fietst hen voorbij. Een ober loopt achter een klant die zijn gsm vergat. De klant is blij. De mosselman stopt ermee voor vandaag en zet zijn niet verkochte mosselen bij de vuilnisbak op het plein. Hij begint langzaam met de afbraak van zijn kraam.

Mijn vinger wijst. Het is stil.
Luister.
Naast mij op de bank staat een blikje bier, achtergelaten.
In de verte is het geluid van een sirene te horen en iedereen in een omtrek van 1 kilometer vraagt zich op dit moment af wat er gebeurt zou zijn. Dezelfde gedachten door al die hoofden, voor een paar seconden. Dan wordt de blik afgeleid door de dronken man aan de andere kant van het plein. Hij strompelt vooruit.

Leave a Reply